Verslag vogel-voorjaarsreis Georgië 1 t/m 11 mei 2012


« terug naar reisverslagen

Verslag vogel-voorjaarsreis Georgië 1 t/m 11 mei 2012 Kaukasus Plus Reizen

Met 10 gasten, 8 Nederlandse en 2 Belgische vogelaars zijn wij door het mooie Georgië getrokken op zoek naar zoveel mogelijk mooie vogels. Dit verslagje is bedoeld om daarvan een indruk te geven zonder compleet te willen zijn. (met eenselectie van foto’s van de leukere soorten die in de tekst oranje zijn. Onze reis startte 1 mei des avonds op Schiphol waar de nachtvlucht naar Warschau en direct aansluitende de vervolgvlucht naar Tbilisi, de sfeervolle hoofdstad van Georgië wachtte. 2 mei nog in het donker landden wij op het vliegveld en bestegen wij onze luxe touringcar die ons eerst in de hoofdstad zelf naar de geijkte plek voor de Kwakken bracht, die zich na enig zoeken in de eerste schemer ook lieten zien. Daarna ging het richting het Noorden, naar het hooggelegen Kazbegi, maar voordat we daar in de loop van de middag pas zouden aankwamen, konden we al de nodige leuke soorten bijschrijven die zich onderweg aan ons toonden. Op het meer van Ananuri – dat helaas een erg lage waterstand had – zaten Koereigers, een adulte Aasgier zat in het vroege ochtendlicht zich uit te rekken en er zongen o.a. Hoppen, Grijze Gorzen, Zwarte en Gekraagde Roodstaarten en Ortolanen trokken in groepjes door. Langs de route de eerste Kleine Klapeksters, Scharrelaars (7 ex), Bijeneters (waarvan we er nog vele zouden zien gedurende de hele reis), Fraters, Strandleeuweriken (eigen ondersoort), Dwergarend, Arendbuizerden, 1 Bastaardarend, Vale en Lammergieren, 3 Steenarenden en een mooie mannetje Rode Rotslijster. Het hoogtepunt bestond uit hoog boven de bergkam vliegende Kaukasische Korhoenders, voor de meesten een

nieuwe soort. Na aankomst in ons geriefelijke onderkomen in Kazbegi en een goede maaltijd werd de door hoge bergen omgeven dorpsomgeving nog uitgekamd en dat leverde o.a. een Roodkeelpieper, Rotszwaluwen en een Aziat-Roodborsttapuit op.

De volgende ochtend ging het al vroeg op omdat we tenslotte een andere echte endeem wilden vinden: het Kaukasisch Berghoen. Dit ging gelukkig goed, oa omdat ze af en toe actief jodelden, een wulp-achtige roep producerend. Ook op deze hellingen vonden we een paar Kaukasische Korhoenders, er vloog een Monniksgier laag over, Beflijsters (van de Kaukasische ondersoort), Kaukasische Bergtjiftjaffen (niet echt spectaculair) en Roodvoorhoofdkanaries (tropische gekleurd) waren baltsend in de buurt. Later die ochtend togen we naar de grens met Tsjetsjenië en op een van de schitterende stop-locaties werd een prachtige Rotskruiper ontdekt die druk aan het fourageren was vlak bij wat zijn nest leek te zijn. Grote zwermen Alpenkraaien en Alpenkauwen, Rotszwaluwen en hier en daar een Vale Gier bepaalden het sfeerbeeld. Waterspreeuwen (jawel, van de Kaukasische ondersoort) en Grote Gele Kwikstaarten getuigden van bewoonde nesten in een of andere snelstromende rivier en de eerste Balkankwikstaart liet zich kort zien

Een tocht naar een erg afgelegen bergdorpje was adembenemend en af en toe best spannend maar leverde ook weer nieuwe reissoorten op zoals een Ortolaan tot op 3 meter, Grauwe Klauwieren, Paapjes, baltsende Oeverlopers en Waterpiepers (erg algemeen en aparte ondersoort), Steenarend, 2 Lammergieren, diverse doortrekkende Wespendieven en nog 15 baltsende Kauk. Korhoenders op de hellingen!

4 mei begon de dag goed met zingende Wielewalen, Hop en Roodmus naast het pension en daarna ging het met 4-wheel drive de berg op om (bij een bekende pelgrimskerk) een nieuwe zoekpoging te doen naar de Grote Roodmus. Die vertoonde zich helaas niet, te weinig sneeuw, maar wel bv Groene Fitis, Taigaboomkruiper en de aparte ondersoort van de Gaai met een opvallend zwart petje. ‘sMiddags ging het weer terug naar Tbilisi maar voor we zover waren werden we onderweg weer opgehouden door o.a. weer 2 tamme Rode Rotslijster.

5 mei startte met een mannetje Bonte Tapuit naast het pension in Tbilisi en een leuke wandeling vol Hoppen, Bijeneters, Kleine Klapeksters, Grauwe Klauwieren, Grauwe Gorzen, Kuifleeuweriken en Scharrelaars. Daarna

ging het op pad naar het zuidwesten waar onze volgende bestemming lag, een route die voerde door prachtig heuvellandschap en verre einders. Er was wel slecht weer op komst maar dat leverde behalve schitterende kleur- en wolkformaties ook veel roofvogeltrek op. Op een aantal plaatsen moesten we echt snel de bus uit om de passerende roofvogels op naam te brengen. Als meest spectaculaire soorten konden Sakervalk, een onvolwassen Keizerarend, 4 Schreeuwarenden, 1 Aasgier en 6 Steppekiekendieven genoteerd worden, naast veel hoog overvliegende Wespendieven, Balkansperwers, Zwarte Wouwen en Steppebuizerden en. Op de route bevinden zich ook een aantal kleine en grote meren die nogal wisselend door vogels worden gebruikt. Wat er vooral uitsprong waren grote gemengde groepen (tamme) Balkankwikstaarten met Citroenkwikstaarten en Roodkeelpiepers, ook fotogeniek, gelukkig voor de fotograven in de groep.  In een groepje Bosruiters en Kemphanen werd een Breedbekstrandloper kortstondig gezien en op enkele grotere meren bleken de nodige Witvleugelsterns,  Lachsterns en Zwarte Sterns te fourageren.

Het was ook opvallend hoe verschillend de mensen leven in deze regio en ook het landschap was weer totaal anders met enorme uitgestrekte golvende grasvelden en graangebieden, hier en daar onderbroken door onontgonnen met grote keien bedekte hellingen. Ook de volgende dag hebben we gebruikt om deze omgeving goed te verkennen want er bevinden zich hier meer interessante meren, oa op de grens met Armenië en die met Turkije. Een sompige wandeling naar 1 van die meren leidde uiteindelijk tot een fantastisch uitzichtspunt waarvandaan het puur genieten was, een heerlijk stil meer omringd met riet, pitrus en kruidachtige vegetatie met op de achtergrond een fraai dorpje tegen de berghelling. Op en rond dat eerste meer bevonden zich weer veel Witvleugelsterns, enkele Witwangsterns, 6 Witoogeenden, 4 Geoorde en 8 baltsende Roodhalsfuten en 1 Zwarte Ibis, naast het gebruikelijke spul.

Later tijdens ons uitgestelde ontbijt (daarbij door enkele stadsbewoners met verbaasde blikken gadegeslagen) passeerden de eerste groepen Roze Pelikanen maar dat zouden niet de laatste zijn zoals even later bleek toen we nog een aantal meren afscanden. Ook vrij veel Kroeskoppelikanen waren her en der aanwezig en 1 van de meren herbergde ook een gemengde broedkolonie! Tel daarbij op de honderden druk foeragerende Witvleugelsterns, zwaluwen, duizenden Armeense Meeuwen, honderden passerende Wespendieven met hier en daar een Steppekiekendief, Dwergarend, oid, diverse Kraanvogels, Purperreigers, Casarca’sen lezer dezes krijgt misschien een indruk van de

overweldigende ervaring die ons daar ten deel viel. Op de route naar 1 van de meren vonden we ook een prachtig met pitrus en riet bedekte natte grasvlakte die we vanaf een hoog punt goed konden verkennen en daar bleken behalve een paar Roerdompen, beide Zilverreigers, Grauwe Kiekendieven en Witoogeenden ook een paartje Kraanvogels op nest te zitten! Naar ons later werd verteld door een van de 7 ornithologen die het land rijk is (sic…) ging het hier om de zgn. Anatolische ondersoort die als alles goed gaat binnenkort tot soort wordt geüpgraded! Een plaatselijke Schreeuwarend in de berm sloot weer een vogeltopdag af.

7 mei verplaatsten wij ons naar het grottendorp Vardzia maar voordat we daar aankwamen werd onze reis die door een prachtig grillig ravijn voerde, onderbroken door het vinden van Rotsklevers bij een nest, Oostelijke Blonde Tapuit, 2 Aziatische Steenpatrijzen op de bergrug, weer 2 tamme Ortolanen, een Rotsmussen paartje bij een nest, baltsende Hoppen en Bijeneters, weer een Schreeuw- en Slangenarend, de eerste Alpengierzwaluwen, Grote Karekieten en waterslangen.

Het grottendorp zelf heeft een fascinerende geschiedenis en biedt de mogelijkheid tot een mysterieuze wandeling die door enkelen werd aangegrepen. Een ander deel van de groep ging verder met het zoeken naar specialiteiten en zij werden beloond met het vinden van o.a. 3 baltsende Oostelijke Orheusgrasmussen en een mannetje Blauwe Rotslijster.

De groep die het grottendorp ingetrokken was zag van de laatste ook een exemplaar en daarnaast ook nog een Rotskruiper naast andere leuke lokale soorten, waaronder weer Roodvoorhoofdkanaries. Ook hier trokken honderden Wespendieven tussen de buien door en vertoonden zich af en toe Aasgieren en een Slangenarend. Daarna brak de lange tocht terug naar Tbilisi aan door de vele regenbuien heen en wachtte ons weer een voortreffelijke maaltijd en een welverdiende nachtrust in het goed verzorgde pension.

Onze volgende bestemming lag in het zuidoosten tegen de grens met Azerbeidjaan en om hier te geraken moesten we een lange tocht afleggen door het vruchtbare lager gelegen deel van Oost-Georgië. Ergens op de route werden we bij het uitstappen verrast op een paartje Aziatische Robotap, Kwartels, Wielewalen en de eerste Zwartkopgorzen waarvan we er de komende dagen nog veel zouden zien en horen. Een klein meertje met de naastgelegen extensief bebouwde hellingen leverde prachtige shots van Dwergarend, Aasgier, Vale Gier, Grauwe Kiekendief op en het meertje zelf herbergde oa Geoorde Futen, Boomvalken en Grote Karekieten. De tocht naar het park Chachuna duurde

meerdere uren en leidde over een nauwelijks verhard pad door uitgestrekte vlaktes die je tot heerlijk gestaar in de verte brachten. Dat staren werd meer dan eens onderbroken door het vinden van weer wat leuks. Blijven opletten want “tijd is vogels!” Zoals de eerste Kalanderleeuweriken, Kortteen- en Kleine Kortteenleeuweriken, een juveniele Keizerarend, meerdere Monniks- en Vale Gieren, veel Izabeltapuiten, 1 Duinpieper die op z’n nestje kroop, 2 Steenuilen (een bruine woestijnvariant), de eerste Roodkopklauwieren, een Oostelijke Vale Spotvogel en een mannetje Kaspische Kwikstaart met z’n geheel gele kop en lijf. Voor de Bijeneters, Klauwieren en Hoppen werd al intussen niet meer gestopt, een beetje blasé misschien? Onze huisvesting in het park was een eenvoudige onderkomen waar af en toe elektriciteit was en soms stromend water, maar de ligging maakte alles goed. Vanaf het terras keken we uit op een klein moerasbos met op de achtergrond grillige berghellingen en aan de voorzijde grazige velden met hier en daar een schaapskudde. Scharrelaars, Bijeneters, Wielewalen, Nachtegalen, ook Noordse, en een roepende Dwergooruil en Nachtzwaluw verwelkomden onze aankomst.

De volgende ochtend stonden we natuurlijk bij het eerste daglicht op en een van de eerste nieuwe soorten die we massaal te zien kregen was de Roze Spreeuw die in vluchten van honderden passeerden of in de buurt naar water zochten. Roodmussen, Ménétries Zwartkoppen, Groene Fitis, Middelste Bonte Specht, Kleine Vliegenvanger, Appelvinken, Zomertortels, het hield niet op. Het ontbijt op het terras werd ‘verstoord’ door 3 baltsende Balkansperwers waarvan er 1 paartje een nest bleek te hebben in een open boom dichtbij: wat een mooi gekleurde en sierlijke roofvogels zijn dat!

Na het ontbijt ging het in mini 4-wheel drives naar een ruige bergkam waar we werden gedropt en waar vandaan we een lange hete wandeling terug naar het onderkomen zouden maken. De bergkam zelf en de open met lage struiken bezaaide hellingen bleken rijk aan vogels. In de bergwanden wemelde het van de kolonies Bijeneters en Scharrelaars en om de wand zelf zeilden Aas- en Vale Gieren, Arendbuizerd, Alpengierzwaluwen en een Kleine Torenvalk. Met wat geluk werd een Grote Rotsklever ontdekt en in de bosschages Grote Vale Spotvogel, Rosse Waaierstaart, Noordse Nachtegalen enz. Wat roofvogels betreft werden we aangenaam verrast door eerst een overvliegende Lannervalk (zeldzame broedvogel), daarna een jonge Steppearend, toen een Monniksgier, weer een Keizerarend en na geruime tijd wachten een Sakervalk die terugkeerde op zijn/haar nest.

De middag werd nog besteed aan het uitkammen van de bosjes in de directe omgeving en het nagenieten van al dat moois. Een nieuw hoogtepunt bestond uit het lokaliseren van een nest van de Keizerarenddat onze gids inderdaad wist te

vinden en dat helemaal niet moeilijk bleek te zien als je het eenmaal wist. Omdat Keizerarenden erg schuw zijn posteerden wij ons op een verder gelegen heuvel met goed uitzicht en na een uurtje wachten verscheen hij plotseling weer ten tonele, laag over de struiken vliegend. We konden helaas niet zien of er al pulli op het nest waren. Die avond en nacht konden oa nog Bosuil, Ruigpootuil, Krekelzanger en Griel worden bijgeschreven die vanuit het huisje te horen waren (allen voor sommigen van de groep die wakker waren).

Op 10 mei besloten we om nog een poging te doen de Grielen te vinden maar dat lukte helaas niet. Wel werd op een vlakbij gelegen heuvel genoten van de balts van Duinpiepers en Roodkopklauwieren en vonden we een Syrische Bonte Specht in de bosjes. Wat verder langs de rivier vond onze gids nog een bezet nest van een Buidelmees (die zich kort liet zien) en bleek nog een ander bezet territorium van de Keizerarend en Balkansperwer aanwezig te zijn.

Onze terugweg uit het park richting bewoonde wereld voerde ons nog langs een stuwmeer waar we tevergeefs zochten naar Roodstuitzwaluw die het jaar ervoor daar nog gebroed hadden. Wel was met wat moeite een verre Zeearend zichtbaar. Langs de weg doken diverse Gieren op die op een kadaver bleken te zitten en dat leverde mooie fotomomenten op. Monniksgieren, Vale en Aasgieren vlogen geïrriteerd een stukje op en bij het nakijken ervan vloog nog een Zwarte Ooievaar door het beeld, ook een broedvogel van deze contreien. Een van de laatste nieuwe soorten tenslotte die we konden bijschrijven was de Spaanse Mus die met wat moeite gevonden werd aan de rand van het park, broedend in kolonies in lage struiken langs de weg. De lange route terug naar Tbilisi werd verder nog afgeleid door de gebruikelijke Kleine Klapeksters, Grauwe Klauwieren, Bijeneters, etc. Er wachtte ons nog een stevige maaltijd en korte nacht in ons privé pension voordat we de nachtvlucht terug zouden nemen, terug naar het keurige maar vogelkarige Nederland.

We kunnen terugkijken op een zeer geslaagde reis waarin we als groep 202 soorten hebben waargenomen, waarvan vele ook mooi te zien en te fotograferen waren. Al onze gasten heel erg bedankt, het was erg gezellig!

Namens Gennadi Tamliani

Met vriendelijke groet, Jos van Oostveen

« terug naar reisverslagen