Vogels kijken in Georgië van 11 t/m 20 september 2010: een superverrijkende ervaring


« terug naar reisverslagen
(Reisverslag van Jos van Oostveen)

Er zijn van die plekken waar je als vogelaar graag eens naar toe wil om met eigen ogen te zien of de verhalen die je er over gehoord hebt kloppen. Georgië is zo’n “plek” waar ik mijn hart op gezet had, vooral sinds enkele jaren aan de Zwarte Zee structureel roofvogels geteld worden en de aantallen en soorten extreem hoog blijken. Tot mijn eigen verbazing was het dit jaar mogelijk om 2 reizen naar dit prachtige land te maken.

Ook voor de niet-vogelaar blijkt het land trouwens uitermate aantrekkelijk, gezien haar enerverende geschiedenis, een geschiedenis in bloed geschreven die teruggaat tot het begin van onze jaartelling. Overal in het bergachtige land vind je overblijfselen van strijd en zijn er oude kerken, vol kleurrijke fresco’s en iconen, ruïnes, wachttorens enz. De natuur van dit land herbergt vele rijkdommen, niet in de laatste plaats veel minerale bodemschatten; een van de redenen waarom Rusland er al lang op aast. Het land heeft een zeer vruchtbare bodem die is terug te zien in rijke oogsten van fruit, druiven, graan en noten. Ook ligt hier de bakermat van o.a. de druif en daarmee de wereldwijde wijn- en graanteelt.

De bevolking is buitengewoon gastvrij en vriendelijk en is van een heel ander karakter dan die van veel Zuid-Europese, waardoor je je als toerist overal gemakkelijk kunt bewegen. Het eten is goed en de taal is een uitdaging want Engels of Duits wordt weinig gesproken. Ja, ‘of ik Russisch spreek?’, aangezien dat tot op heden de 2e officiële taal is. Gelukkig gaat Engels de 2e taal worden, dus dat zal op termijn voor buitenlanders een voordeel op moeten leveren.

Direct na aankomst in de hoofdstad reden wij met luxe touringbus en chauffeur naar Kazbegi in het noorden en bij het eerste licht stonden wij op de woeste bergpas, deze keer in de mist. Enkele Waterspreeuwen waren druk bezig elkaar de beste plekjes te bevechten langs de snelstromende rivier en een mogelijke Blauwe Rotslijster was net te kort in beeld maar was het vast wel. Langs de route naar het dorp liet zich een Draaihals kort zien en waren Fraters aan het fourageren met Kneuen ed. Die middag klaarde het weer op en hoewel de vermoeidheid van de lange reis (helaas weer een nachtvlucht) ons parten speelde konden wij de verleiding niet weerstaan om te zien of er wat trek was, een 6-tal Wespendieven vlogen al over ons hotel. De eerste paar uurtjes zittend buiten ons hotel bleken een goede aftrap te zijn. Tegen de tegenoverliggende berghelling ontdekten we de eerste passerende mannetjes Balkansperwers en Steppekiekendieven (1 man en 2 vr.), diverse Arend- en Steppebuizerden, Wespendieven en de altijd aanwezige Vale Gieren. Ook een adulte Lammergier was even t.p. 3 Alpengierzwaluwen en 15 Rotszwaluwen kwamen mooi over. Vlak naast het dorp stroomt de rivier in een brede bedding en hier scharrelde een vrouwtje Citroenkwik, naast Grote Gele en 2 juveniele Scharrelaars. De dag erop gingen we op zoek naar een geschikte plek om de roofvogeltrek te observeren, het weer was prachtig met veel zon en losse wolken. Buiten het hotel merkten we een ‘bel’ roofvogels op en bij het uitstappen werden we getrakteerd op een groepje Bijeneters die vlak voor ons gingen poseren, terwijl we intussen de bergtoppen bestudeerden omdat het er uit zag dat er veel roofvogels op gang kwamen. Daarop besloot ik om naar het zuiden te rijden om deze stroom op te wachten op de bergpas die toch altijd zo’n 600 meter hoger ligt. Zo gezegd, zo gedaan en een half uur later arriveerden we ter plekke waarbij we tot onze verbazing constateerden dat het hier slecht weer was met veel laaghangende bewolking. We waagden het er toch op en deze keuze bleek succesvol, want al gauw passeerde een mannetje Steppekiek op min of meer gelijke hoogte als waar wij stonden, al snel gevolgd door een tweede! En een half uur later bleek inderdaad dat een grote passage van roofvogels, vooral Zwarte Wouwen, door de bergpas op gang kwam. Dat gaf zo’n bijzonder sfeervol effect met bewolking die lager hing dan de omringende bergtoppen en veel roofvogels die door de onderste wolkenlaag vlogen, vlak langs de bergwanden, dat superlatieven te kort schieten! Heel goed was te zien hoe ze uit het zonnige dal omhoog kwamen, nog profiterend van thermiek. In de 3,5 uur die volgden kregen we het heel druk met tellen – voor wie eigenlijk? Van alles kwam voorbij, vaak ook dichtbij. En dat onder slechte weersomstandigheden, koud, miezerig en winderig. Maar de oogst was er niet minder om. Ruim 3600 Zwarte Wouwen verdwenen in het notitieboekje, maar het mooist waren de mannetjes Steppekieken, zeker 31. Vaak in verspreide groepjes van 2 of 3, al dan niet vergezeld van een snel herkenbaar vrouwtje of juveniel! Daarnaast vielen enkele arenden op, waarvan een Keizerarend, Bastaardarend, Steppearend, Dwergarend en 2 Zeearenden genoemd mogen worden. Tel daarbij op Aas-, Lammer-, Vale Gieren, Balkansperwers (ruim 250), Wespendieven, Bruine en Grauwe kiekendieven, Toren- en Boomvalk, Arend- en Steppebuizerd en iedereen begrijpt dat onze roofvogelhonger meer dan gestild was die dag!

De bossen op de berghelling leverden de volgende dag een aantal leuke zangertjes op zoals de Kleine Vliegenvanger (in puur naaldbos nota bene), Groene Fitis, Kaukasische Tjiftjaf, Rouwmees, Roodvoorhoofdkanaries, Alpenkraaien, Taigaboomkruiper en Beflijster. De uitzichten op de hoge Kaukasus (5 km), hoog torenend boven de omringende bergen waren weer adembenemend.

Het Zuid-Westen van Georgië

Er stond meer op mijn verlanglijst om te bezoeken en te verkennen en daar hebben we de dagen er na aan besteed. In het zuiden vlak boven de grens met Armenië bevindt zich een groot heuvelachtig landbouwgebied met een aantal grote meren. Deze meren bevatten in de winter grote aantallen eenden en pelikanen en in het voorjaar veel steltlopers. Nu was er niet zo veel te zien op (Geoorde) Futen, Armeense en Pontische Meeuwen na. Een tussenstop langs de weg vanwege een Bastaardarend en een groepje neerstrijkende Kraanvogels leverde bij nadere beschouwing ook een jagende Slechtvalk, weer een paartje jagende Steppekiekendieven en Grauwe kiekendieven.

In het zuidwesten ligt een in de bergwand uitgehakt grottendorp, Vardzia, dat extreem bizar en een bezoek meer dan waard is, aangezien dit eeuwenoude complex destijds voor 50.000 vluchtelingen geschikt was gemaakt! Nu zijn er nog honderden woningen te bezoeken, waarvan er enkele tegenwoordig weer bewoond worden en vele daarvan diep in de rotsen bereikbaar over soms enge uitgesleten donkere trappen. Tijdens ons bezoek viel het grote aantal daar broedende Rots- en Huiszwaluwen op die aan ons voorbij scheerden. In de directe omgeving is het goed toeven en wij konden er in een paar uur tijd een paar mooie soorten bijschrijven zoals een familie Steenarend, tientallen zingende Rotsklevers (maar ook de Grote Rotsklever komt hier voor), Oostelijke Blonde Tapuiten, Grijze Gorzen, Boomleeuweriken, Waterspreeuw en Alpenheggenmus.

Een van onze hoofddoelen was het meemaken van de roofvogeltrek bij Batumi aan de Zwarte Zee. Dit ligt vlak boven de Turkse grens en hier blijkt al jaren een geweldige concentratie aan roofvogels door te komen in het najaar. De site hiervoor is overigens http://www.batumiraptorcount.org/

De meest logische route loopt via Poti, een havenstad ruim 1 uur rijden ten noorden van Batumi. Voordat we in de omgeving van Batumi naar roofvogels gingen kijken, hebben we eerst de wetlands aan de Zwarte Zee bezocht. Ook hier is het goed vogelen, afhankelijk van het seizoen. Er liggen hier een aantal grote moerassen die vanaf een paar plekken te benaderen zijn. Zowel in het voorjaar als in het najaar hebben we een boottocht gemaakt. In het gebied zelf was het nu rustig op wat IJsvogels, Kleine en Grote Zilverreigers, Steltkluten, een Woudaapje, Zeearend en Witvleugsterns na. Dit is een belangrijk overwinteringgebied voor veel van onze eenden. De boottocht van 3 uur in september leverde echter wel veel overtrekkende roofvogels op en duizenden zwaluwen, waarbij vaak tientallen Bijeneters meetrokken. De roofvogels waren vertegenwoordigd met 6 Schreeuwarenden, 1 juveniele Steppearend, 5 Dwergarenden, 1 Aasgier,1 Zeearend en oa tientallen Balkansperwers, Steppebuizerden en Zwarte Wouwen. Bij de zuidrand van het moeras wriemelde ‘t van diverse soorten Gele Kwikken en scharrelden Izabeltapuiten en Kortteenleeuweriken rond, af en toe opgepest door een langs jagende Schreeuwarend of Steppekiekendief.

Batumi is een prachtige badstad die zeer toeristisch is ingesteld en Ten zuiden van waar een warme golfstroom langs loopt waardoor de hele streek vol staat met mediterrane flora en ten zuiden ervan ligt een delta die ‘helaas’ vrij toegankelijk is. Dit gebied zou eigenlijk beschermd moeten worden omdat er zoveel watervogels op af komen om kortere of langere tijd te pleisteren. Ons bezoek rijdend over het kiezelstrand verraste zeer, want het zat er vol met honderden sterns in 7 soorten die daar rustten of voorbij trokken in grote groepen. Een groep van ca 250 Dwergsterns vergezeld door 1 Witwangstern staat me nog goed bij, evenals een 3-tal Dunbekmeeuwen. Steltlopers waren schaars vertegenwoordigd in enkele soorten strandlopers, plevieren en kemphanen en een leuke overvliegende gemengde groep van 47 Steppevorkstaartplevieren en 40 Bijeneters. 4 Zwarte Ibissen trokken onze aandacht die daarna weer werd afgeleid door een langs jagende Sakervalk met op de achtergrond passerende Zwarte Ooievaars en Steppekiekendieven. In de poeltjes liepen overal Citroenkwikstaarten, vlogen IJsvogels en Paapjes rond, hier en daar zat een Hop of Roodkeelpieper terwijl we zochten naar Klein en/of Kleinst Waterhoenen die hier regelmatig gezien worden. Al met al een aangename tijdsbesteding en des te zuurder dat ons plezier af en toe verstoord werd door een jagersknal.

Roofvogeltrek bij Batumi

Een van de mooiste vogeltrekervaringen maakten we in de heuvels mee. Onze chauffeur die we voor een paar dagen inhuurden (en die trouwens op een morgen met een levende Nachtzwaluw en enkele Kwartels aan kwam lopen, die nacht met visnetjes gevangen in de grasvelden naast het strand!) bracht ons naar een hoge uitkijkpost. Op de eerste dag was het weer voor roofvogeltrek gunstig met veel thermiek, waardoor er halverwege de ochtend overal bellen met Zwarte Wouwen omhoog kwamen, soms bestaand uit honderden vogels; 1500 vogels in 1 uur was geen uitzondering! Later op de dag kwamen de arenden. Zowel de grotere als de kleinere bleken goed vertegenwoordigd en brachten ons meermalen in extase omdat ze zo mooi voorbij kwamen. Enkele Schreeuw- en Steppearenden (18 resp. 3 over 2 dagen), veel Dwergarenden (87 in 2 dagen), Slangenarenden (17 in 2 dagen) lieten zich prima zien en fotograferen. Tel daarbij op honderden Steppebuizerden, Balkan- en gewone Sperwers, grote groepen hoog overvliegende, luid roepende Bijeneters, hier en daar een Steppekiekendief (krijg je ook nooit genoeg van), Aasgier, Roodpoot- of Slechtvalk en je krijgt hopelijk een idee van voldoening gevende overdaad. Daar te zitten en niet wetend waar je kijken moet omdat de vogels dan weer links, dan weer rechts of recht over vliegen.

Al met al heeft deze reis naar Georgië mij veel vogels en plezier gebracht. Niet eerder lukte het mij om tamelijk gemakkelijk 29 soorten roofvogels te zien in zulke aantallen!

« terug naar reisverslagen