Verslag Natuur- en cultuurreis Armenië 9 t/m 28 juli 2012 Kaukasus Plus Reizen


« terug naar reisverslagen

Dit verslag wil een indruk geven van de geslaagde reis die is ondernomen door 2 echtparen onder (gedeeltelijke) begeleiding van Jos van Oostveen. Gedeeltelijk omdat Jos op 19 juli terug naar Nederland ging, maar de groep in goede handen

achterliet van de Armeense partner van Kaukasus Plus Reizen, Armenia Travel. De reis startte feitelijk op 10 juli na het late ontbijt in het hotel in Yerevan met een zeer leerzame rondleiding door Yerevan zelf o.l.v. een leuke en praatgrage gids. Een opgraving van een fort van ver voor onze jaartelling werd als eerste bezocht, met het bijbehorende museum. Een heerlijke overdadige lunch volgde en daarna een interessant bezoek aan het museum van oude manuscripten. Ook het genocide memorial museum kon niet worden overgeslagen en de dag werd gezellig afgesloten met een heerlijke maaltijd en een gezellig bezoek aan een van de feestelijke pleinen van deze prachtige stad waar iedereen van flaneren houdt tot laat in de avond!

11 juli brachten we door met een lange wandeling op de Araler berg, een oude vulkaankrater met een schitterende kloof vol met wilde planten en bloemen. Hier konden de vogelaars hun hart ophalen aan Rode Rotslijsters, veel Duinpiepers, Boomleeuweriken, Oostelijke Blonde Tapuiten, Grauwe Klauwieren, Ortolanen, Roze Spreeuwen, Alpengierzwaluwen, enkele Steenarenden, Alpenkraaien, Rotszwaluwen en Rotsklevers. In de rotswand bevindt zich een kleine tot kapel omgedoopte grot vol religieuze rekwisieten waar zich een hoogbejaarde dame op bleek te houden die snuisterijen verkocht en gastvrij koffie aanbood. (foto: J. Visser)

Ook 12 Juli was weer een goed gevulde dag met respectievelijk een bezoek aan de in het oosten gelegen tempel van Garni en het klooster Geghard. Eerst kregen we o.l.v. een tienergids een prettige wandeling door een ravijn waar bijzondere basaltformaties te bewonderen waren. Deze werden oa door Huis-, Rots- en Alpengierzwaluwen gebruikt om massaal tegen aan te nestelen.Onderweg zagen we een Dwergarend, Aasgier, Blauwe Rotslijster en 2 Rotsmussen. Na een stevige klim uit het ravijn kwamen we bij de tempel uit die in 1679 bij de grote aardbeving verwoest was maar later met hulp van de originele stenen weer opgebouwd. Ook het badhuis van een Griekse heerser ligt op dit terrein waar we een prachtig uitzicht hadden over de omliggende canyons, ook vanaf het naastgelegen restaurant waar we weer een uitstekende warme lunch genoten. Iets verderop ligt het grottenklooster Geghard, een wereldberoemd klooster met in de grotten uitgehakte cellen voor de monniken. Opvallend veel vlinders hier en in de wijde omgeving honderden bijenkasten. Op de terugweg werden nog Slangenarend, Isabeltapuit en enkele soorten Agamen genoteerd en gefotografeerd. De avondmaaltijd in een sfeervol restaurant in Yerevan werd opgeluisterd door een mooie en flitsende dansgroep.

 

 

 

Op 13 juli reden we naar het zuiden. Bij het klooster van Khor Virab zijn we gestopt omdat je daar een prachtig uitzicht hebt over de berg Ararat die in Turkije ligt maar die vroeger bij Armenië hoorde. Het klooster en de kerk zijn ook een

bezoek waard met bijzondere sfeervolle plekjes. In de directe en wijde omgeving zagen we o.a. Menetrie’s Zwartkop, Rosse waaierstaart, Koereigers en Scharrelaar. Iets verderop liggen uitgestrekte visvijvers die echter lastig te betreden zijn, maar dat lukt gelukkig toch hoewel de temperatuur intussen wel aardig aan het oplopen was. Er vlogen Bruine Kiekendieven, vele Witwang- en Witvleugelsterns. Van de vele watervogels noem ik hier de vele Dwergaalscholvers, Krooneenden en Witoogeenden met jongen, Armeense meeuwen, Purperreigers, Woudaap, Kwakken en Kleine zilverreigers. Ook hoorden we Kleine en Grote Karekieten en Baardmannetjes.

‘sMiddags reden we door naar het zuiden om een bezoek te brengen aan het klooster van Noravank dat in een prachtige ruige en roodgekleurde canyon ligt. Dit is een uniek kloostercomplex omdat een van de kerken 2 verdiepingen heeft. We hebben hier behalve heerlijk en uitgebreid geluncht ook lekker rondgedwaald door de omgeving, en zagen oa Steenarend, Kleine Torenvalk, Blauwe Rotslijster en Rotszwaluwen. Helaas misten we op 10 minuten na een jonge Bruine Beer die door andere fietsende toeristen was gezien langs de weg. In het gezellige maar goed verzorgde privépension te Yeghegnadzor konden we ‘savonds nog de Dwergooruil bijschrijven op onze vakantielijst.

De volgende dag werd door een deel van de groep besteed aan een wandeling door het rustieke dorpje dat vol moerbeibomen stond. Enkele Hoppen en Wielewalen trokken de aandacht, naast een Noordse Nachtegaal. Later die ochtend gingen we weer onder leiding van een ditmaal al wat oudere en weer onverstaanbare gids een mooie bergpad op richting de ruïne van Smataberd (op 2000 meter hoogte). Zowel de wandeling omhoog als weer naar beneden konden we genieten van de vele soorten overvloedig bloeiende wilde bloemen, veel vlinders en andere fauna. Enkele Steenarenden, een Lammergier en een Arendbuizerd hingen in de buurt en verder waren er Grijze Gorzen, Groene Fitissen, Kleine Klapeksters en Ortolanen te zien

en te horen. Een nabijgelegen Joodse begraafplaats met graven uit de 13e eeuw konden we natuurlijk niet links laten liggen. De middag brachten we op grotere hoogte door omdat we ons per jeep over spannende bergweggetjes naar 3000 meter lieten brengen. Want op die hoogte bevindt zich een plateau dat vol ligt met grote stenen waarvan er honderden Petrogliefen bevatten; in de buitenste roestachtige laag zijn ca 6000 jaar geleden allerlei tekeningen aangebracht, vooral van allerlei dieren. Bijzonder intrigerend natuurlijk. Daartussen scharrelden Tapuiten, Strandleeuweriken en Waterpiepers en verder heerste er daarboven volkomen stilte. De weg terug was minstens zo spannend, waarbij een bont gekleurde vos ons pad kruiste en we wat verder beneden oa een Waterspreeuw ontwaarden.

15 juli vertrokken we naar onze volgende overnachtingsplek in Jermuk. Bij het stuwmeer wachtte onze gids ons al op in zijn jeep die ons vervolgens liet zien wat “jeeping” is: een nogal avontuurlijke manier van je over bemodderde bergweggetjes verplaatsen! Op de berg ligt de locale attractie in de vorm van warme mineraalbaden die je desgewenst ook mag betreden, maar daar hadden we toch niet zo’n zin in. Naast het hotel bleek een bezet nest van de Waterspreeuw te zijn die zich goed lieten zien en in de directe omgeving ontdekten we nog enkele Schreeuwarenden, de Kaukasische Bergtjiftjaf en de Gekraagde Roodstaart. De avond besteden we o.a. aan een rondje door de stad, waarbij enkele Roodmussen hun zang lieten horen.De volgende dag bracht een vroege  wandeling oa Groene Fitis en Braamsluiper en daarna haalde dezelfde gids ons weer op om ons nu door een ravijn te gaan gidsen; een schitterende wandeltocht vanbijna 4 uur door een diepe kloof! Diverse roofvogels waaronder Dwergarend, Schreeuwarend, Lammergier en Steppebuizerden kwamen we tegen en verder Blauwe Rotslijster en 1 Aziatische Steenpatrijs. En overal vlinders natuurlijk. We kwamen bij een prachtig oud kerkje uit de 9eeeuw uit dat nog in gebruik was en waar we even op adem konden komen en genieten van zelfgeplukte moerbeien. Aan het eind stond de jeep al geparkeerd met onze lunchboxen. De middag besteden we aan een mooie rondrit door de omgeving waarbij we onze ogen uitkeken naar de schitterende bloemenzeeën. Grauwe Gorzen, Kwartels, Schreeuwarenden, Arendbuizerden, er was altijd wel wat te zien of te horen. Heel verrassend was een ontmoeting met een groep mannen die bezig bleken te zijn om een archeologische opgraving uit te graven waar een grafheuvel van ca 3500 jaar geleden zou worden blootgesteld en waar we tekst en uitleg bij kregen.

17 juli reisden we af naar Tatev in het zuiden. Op de route brachten we eerst een bezoek aan de “stonehenge” grafvelden, waarvan de precieze datum en oorsprong niet bekend zijn maar die duizenden jaren geleden zijn neergezet, mogelijk om de sterren te bestuderen of voor offers. Hier zagen we de eerste Vale Gieren en over de stenen kropen vele mooie Agamen. Het dorpje Tatev kun je tegenwoordig ook via de lucht bereiken over een moderne kabelbaan van 6 km, de langste ter wereld en die kans konden we natuurlijk niet laten liggen. Na aankomst namen we uitgebreid de tijd om het indrukwekkende en oude kloostercomplex te bewonderen waar zoveel sfeervolle en fotogenieke hoekjes en gaten zijn. De directe omgeving biedt mooie vergezichten en er waren veel Grauwe Klauwieren te zien en er vlogen Boomvalken, een Slechtvalk, Lammergieren en Vale Gieren over. In het dorpje – waar ons eenvoudige onderkomen was – zelf vonden we Syrische Bonte Specht en de Kaukasische ondersoorten van Gekraagde en Zwarte Roodstaart.

De volgende dag bestond voor een groot deel uit een stevige maar prachtige wandeling over de stille bergkam richting een ander idyllisch dorpje, ditmaal onder leiding van een gids met paard. We waadden door bloemenzeeën zover het oog

reikte en vergaapten ons ook aan de vele mooie vlinders ed. In het dorpje waar we uitkwamen werden we door een bejaarde vriendelijke weduwe uitgenodigd op de koffie; erg gastvrij weer! In de verder gelegen stad Sisian lag ons hotel, een oud, maar gastvrij en ruim Russische gebouw. Heel grappig was dat er direct naast dat hotel enkele Kleine Torenvalken hun nest hadden onder de dakrand van een kantoor waar enkele grote jongen geduldig wachtten op hun ouders.

Op 19 juli vertrokken we voor een lange beklimming van de berg Ughtasar, gelukkig met hulp van een ijzersterke Russische jeep. Op deze route konden we ons weer vergapen aan de

uitgestrekte bloemenzeeën die wemelden van de Leeuweriken, Piepers, Tapuiten en Kwartels. Uiteindelijk kwamen we op een hoogte van 3200 meter waar we een aantal prachtige bergmeertjes aantroffen waar nog zgn. eeuwige sneeuw omheen lag. Steenarenden, Rode Woestijnvink, Mongoolse Bergvink, Strandleeuwerik en Alpenheggenmus waren in de buurt te vinden en er groeiden hier heel fraaie alpenbloemen. We vonden er verse wolven- en berensporen.

Ook hier lag een uitgestrekt Petrogliefenveld waarvan 1 zelfs met de afbeelding van Adam en Eva!

De volgende dag ging het reisgezelschap verder zonder Jos van Oostveen en ging de reis verder naar het grottendorp Khedsoresk waar ca. 5000 mensen in grotten gewoond hebben. Een paar stevige klimpartijen over moeilijk begaanbare paden gingen er aan vooraf en ook een loopbrug over een diep ravijn moest “genomen” worden.

 

Op 21 juli reisde het gezelschap weer naar het noorden, naar het grote meer Sevan. De weg voerde over een schitterende pas waar een karavanserai uit de 13e eeuw bezichtigd werd en Balkan Gele Kwikstaart, Hop en Sneeuwvink te zien waren. Langs het meer werden meer watervogels ontdekt zoals Kwak, Ralreiger, Koereiger en Zwarte Ibis. Ook de eeuwenoude begraafplaats Noratus werd bezocht die vol staat met prachtige kruisstenen; een van de typisch Armeense handvaardigheden. Het hotel ligt aan het meer zelf en gaf een mooi uitzicht over het immense meer dat op 1800 meter hoogte ligt, een van de hoogst gelegen binnenzeeën ter wereld.

23 juli was Dilijan, in het noorden gelegen de bestemming. Er werd een mooie boswandeling gemaakt o.l.v. een tienergids die de groep keurig afleverde bij het beroemde en sfeervolle klooster Goshavank. Ook het goed restaureerde centrum van Dilijan werd met een bezoek vereerd en het onderkomen was dit keer weer een verzorgd privépension. Deze keer was het diner op een ander privéadres dat vol hing met nagemaakte kunstwerken en ook hier was het eten overdadig en zeer smakelijk.

Op 24 juli werd het klooster van Haghpat bezocht dat ook op de UNESCO werelderfgoedlijst staat en het klooster Sanahin. Onderweg werden oa Lammergier, Vale Gier, Aziatische Roodborsttapuit en Alpenkraaien opgemerkt. De overnachting vond dit keer plaats in een prachtig gelegen hotel.

25 juli stond een bergwandeling bij Amberd op programma, maar eerst werd nog een nieuwe grote bakkerij die door Georgiërs gerund werd met een bezoek vereerd. De ruïne van Amberd vormt het restant van een kasteel dat stamt uit de 13e eeuw en is heel fraai gelegen op een open bergpunt. Tijdens de voorbereidingstocht die Jos maakte werd hier een Perzische Roodborst met voer en baltsende Rode Woestijnvinken waargenomen. Daarna ging het omhoog naar de slaapplek maar die viel helaas wat tegen en daarom werd besloten om terug/door te rijden naar Yerevan. Het alternatief was een prachtig hotel dat een fraaie blik over de stad bood en dat van alle gemakken was voorzien.

26 Juli werden 2 musea in Yerevan bezocht, het museum van Armenian History en het museum van Art, vol met oude en recente meesters uit alle werelddelen, waaronder ook veel Nederlandse. De prettige sfeer en het warme klimaat zorgen er voor dat je je in deze mooie stad nooit hoeft te vervelen, ook ‘savonds laat is er nog van alles te zien en te beleven.

 

De laatste volle dag bestond voor de vogelaar uit de groep uit (weer) een geslaagd vogelexcursie naar de beroemde visvijvers van Amash. Veel Witwang- en Witvleugelsterns, Steltkluten, Rosse Waaierstaart, Kwakken, Groene Bijeneters, Dwergaalscholvers, het wemelt er van de goede soorten. (de vogellijst voor deze tour telt 150 soorten). Ook een Koningspage werd aan de vlinderlijst toegevoegd. In Yerevan werd nog een werkplaats voor kunstenaars met een handicap bezocht en later op de middag een leerzame visite aan het religieuze centrum van het land waar zowel oude als nieuwe kerken naast elkaar staan.

De warme dag werd met een koud biertje en een heerlijke Armeense maaltijd afgesloten en zo kwam er een einde aan een geslaagde reis door een verrassend mooi en gastvrij land met een overweldigende natuur.

 

 

(foto’s Kwak en Dwergaalscholver: J. Hoogeveen)

 

« terug naar reisverslagen